De HEREDUC erfgoedproject-planner
|
STAPPEN |
BESCHRIJVING |
SUGGESTIE |
CHECKLIST |
Ja |
Nee |
|
1. Het idee
|
Als je een eerste idee hebt in verband met het project, geef het dan een voorlopige titel en maak een korte samenvatting. Als dat lukt, is het idee helder genoeg om over te gaan naar stap 2. |
Beschrijf je idee beknopt en vergewis je ervan dat: · het voortspruit uit je ervaring · het meer is dan een gegidste rondleiding · er een band is met het leven vandaag en morgen · leerlingen er een actieve rol in spelen · het fundamenteel rekening houdt met de cultuur en de context van de leerlingen
Specificeer · wie je bij het project wil betrekken (een klas in haar geheel, leerlingen van diverse klassen of niveaus…) · wanneer je het project wil uitvoeren (tijdens de schooluren, in een deel van het jaar, tijdens vakanties, in een uur/week/maand/jaar, gespreid over enkele jaren…)
|
Het project spruit voort uit mijn ervaring |
|
|
|
Het proces is erg belangrijk |
|
|
|||
|
Erfgoed maakt in dit project deel uit van een ‘open’ verleden dat banden heeft met vandaag en morgen
|
|
|
|||
|
In dit project spelen leerlingen een actieve rol
|
|
|
|||
|
Het project houdt fundamenteel rekening met de cultuur en de context van de leerlingen
|
|
|
|||
|
De niveaus en/of klassen waarmee ik wil werken zijn goed afgebakend |
|
|
|||
|
Het tijdschema van het project is vastgelegd |
|
|
|||
|
2. Het teamwerk op school |
In deze fase spreek je met je collega’s over je idee. Doel is dat er een vakoverstijgende strategie wordt uitgewerkt. |
Een cultureel-erfgoedproject is geen one teacher show! Communiceer over je idee met je collega’s. Vorm een team. Leg vast hoeveel en welke leerkrachten bij het project betrokken worden en wat hun rol is.
|
Het project berust op teamwerk |
|
|
|
Het project is vakoverstijgend. |
|
|
|
STAPPEN |
BESCHRIJVING |
SUGGESTIE |
CHECKLIST |
Ja |
Nee |
|
3. Naar een pedagogisch project |
Werk met het team een vakoverstijgende strategie uit. Doel is dat er pedagogische doelstellingen worden gehaald en dat de vaardigheden van de leerlingen worden versterkt. Dat alles binnen het kader van hun curricula. |
Een goed project lijkt enigszins op een trein:
Station van vertrek welke vaardigheden zijn bij het project betrokken?
Reisweg wat is de relatie met de curricula?
Waarom wordt er gereisd? de link met onze hedendaagse cultuur (vermenging van culturen, interculturaliteit), burgerschap, culturele contexten en pedagogische doelstellingen, zoals: - leren (nieuwe vaardigheden, woorden, de vaardigheid om verbanden te leggen…) - begrijpen (nieuwe standpunten, de noodzaak om cultureel erfgoed te bewaren en beschermen…) - inzicht verwerven (bredere gezichtspunten, de inhoud van het werken in de cultureel-erfgoedsector, de inhoud van het begrip ‘burgerschap’…) - nieuwe houdingen (de school als interdisciplinaire omgeving, de vakoverstijgende benadering…)
De brandstof: pedagogische instrumenten ICT, schrijven (documenten, verhalen, rapporten, toneelstukjes), spelen (theater, muziek), het gebruik van bestaande kennis, interviewtechnieken, het opzoeken en verwerken van informatie…
Station van aankomst het eindproduct (cd-rom, poster, boekje, een voorstelling, een tentoonstelling)
Evaluatie voor, tijdens en na
|
De nodige vaardigheden voor het project zijn goed omschreven |
|
|
|
Het project is geworteld in de curricula
|
|
|
|||
|
Het project heeft banden met de cultuur van vandaag |
|
|
|||
|
Het project is verbonden met de notie ‘burgerschap’ |
|
|
|||
|
Het project reikt ruimere gezichtspunten aan (cultureel, Europees) |
|
|
|||
|
De pedagogische doelstellingen zijn helder omschreven |
|
|
|||
|
Het pedagogische instrumentarium ligt vast |
|
|
|||
|
De eindproducten liggen vast |
|
|
|||
|
De evaluatie-instrumenten zijn bepaald |
|
|
|
STAPPEN |
BESCHRIJVING |
SUGGESTIE |
CHECKLIST |
Ja |
Nee |
|
|
4. De setting |
Bepaal in welke setting de pedagogische doelstellingen kunnen worden gehaald |
In een goed erfgoedproject beleven de leerlingen een ‘echte’ ontmoeting met erfgoed. Dat betekent meer dan ‘er even een blik op werpen’ of dan contact met erfgoed-in-abstracto. Er moet dan ook een omgeving worden gekozen buiten de school (soms kan het ook in de school) waar het project plaats zal vinden (museum, bibliotheek, archieven, monumenten, landschap…)
|
Het project houdt in dat er concreet erfgoed bij wordt betrokken |
|
|
|
|
5. Partners |
Bepaal met welke erfgoedinstellingen en partners je het project wil gaan uitvoeren. Neem contact op met de educatieve diensten van de erfgoedinstelling en ga na wat ze kunnen doen voor jouw specifieke project. |
Het is zaak om na de afbakening van het project en zijn setting er een of meer erfgoedinstellingen bij te betrekken. Dit biedt kansen om de medewerkers uit te breiden en eventueel om leraren een extra opleiding aan te bieden.
Erfgoedsites en museumcollecties bestaan uiteraard niet alleen voor scholen en met educatieve doeleinden. Daarom moet je nagaan wat de beste manier is om jouw pedagogische doelstellingen en de mogelijkheden van de instelling en haar staf met elkaar te verbinden: wat zijn de kansen en de beperkingen? |
Er zijn erfgoedinstellingen bij het project betrokken |
|
|
|
|
Leraren krijgen een opleiding met het oog op het project
Er is samenwerking mogelijk met de educatieve dienst(en) voor het hele project
De pedagogische ondersteuning door de erfgoedinstellingen geldt slechts voor een deel van het project |
|
|
||||
|
6.Het uitgewerkte project |
Werk de definitieve versie van het project uit |
Verzamel alle documentatie uit de voorgaande stappen in een gedetailleerd uitgewerkt project. Leg ook de voorwaarden vast van de overeenkomst met de erfgoedinstelling(en) en andere partners: tijdschema, personeel, budgetten… Het schema van de vaste elementen kan er als volgt uitzien: titel en ondertitel, erfgoedsite, onderwerp, duur (gemiddeld), leeftijd, beschrijving van het project, de fasen van het project, de missie (waarom is dit project belangrijk en wat zijn de algemene doelstellingen), welke leerdoelstellingen worden beoogd en welke plaats bekleden die in het curriculum als geheel, welke vaardigheden vereist en bevordert het project, het eindproduct. Omschrijf de betrokken erfgoedinstellingen en de educatieve diensten/instellingen (beschrijving, contactgegevens, namen van de betrokkenen).
|
De finale versie van het project bevat tevens alle stappen die daaraan voorafgaan |
|
|
|
|
Er is met de diverse instellingen een akkoord afgesloten |
|
|
|
|||
|
STAPPEN |
BESCHRIJVING |
SUGGESTIE |
CHECKLIST |
Ja |
Nee |
|
7.Evaluatie |
Evalueer je project met het oog op eventuele verbeteringen bij een toekomstig project |
Perfectie is niet van deze wereld… Na het project moet er worden teruggekeken: wat waren de sterke en de zwakke punten? Welke kansen werden te baat genomen en welke gemist? |
Het project zet me aan om aan een nieuw project te beginnen |
|
|
|
Het project lijkt overdraagbaar naar andere situaties en plaatsen
|
|
|
|||
|
Het project is een goed voorbeeld van samenwerking tussen erfgoedinstellingen en scholen |
|
|
|||
|
Het project is een goed voorbeeld van interdisciplinariteit
|
|
|
|||
|
Behalve het eindproduct waar het project eventueel toe leidde, was ook het proces van groot belang |
|
|
|||
|
Het project was een echte ervaring
|
|
|
|||
|
Er was een stevige band met de curricula
|
|
|
|||
|
De leerlingen waren echte ‘medespelers’, niet alleen passieve toeschouwers |
|
|
|||
|
De leerdoelstellingen werden gehaald |
|
|